BVI sailing navigation chart

Een nautische woordenlijst

Zeiltermen opgehelderd

‘Hijs het grootzeil!’

‘Stuurboord!’

‘Maak het anker vast’

 

Er zijn mensen die voor zeilen terugschrikken, omdat het een verwarrende wereld vol intimiderend jargon en technische begrippen is. Je moet er vele regels, gewoontes, technieken, uitrustingen en tradities voor leren. Laat je niet van de wijs brengen. Zeilen is een prachtige sport vol vrijheid, avontuur en de sensatie van de open zee.

Als je zeilen aan het leren bent, leer je letterlijk alles over de touwen en ontdek je dat ze ook schoten, lijnen, kettingen of painters worden genoemd. Je leert dat knopen steken zijn en dat de achtersteven de achterkant is. De zeiltaal leren is voor veel mensen een overgangsritueel.

Vroeg of laat wordt dat jargon een tweede natuur, een duidelijke manier van communiceren die je helpt om je jacht door ’s werelds mooiste zeilgebieden te manoeuvreren. Om je te helpen de basis te beheersen, is hier Sunsails woordenlijst met de belangrijkste zaken die je moet weten. Zelfs voor de deskundigen onder ons zit er iets bij dat verrassend is.

We geven de woorden in zowel het engels als het nederlands, met uitleg in het nederlands.



A

Anchor / Anker: Een methode om je zeiljacht te ‘parkeren’, meestal voor een lunch in een stille baai. Het anker bestaat uit een ketting of lijn met een zware haak aan het uiteinde, die zich vastbijt in de zeebodem en zo voorkomt dat je boot wegdrijft.

Apparent wind / Schijnbare wind: Een combinatie van de ware windrichting en de tegenwind die ontstaat door de voorwaartse beweging van de zeilboot.

Ashore / Aan wal: Aan wal of land. Op het vasteland of op een eiland.

 

B

Baggywrinkle / Schurftplatting: Een zachte omwikkeling voor kabels of andere stopmechanismen die zeilen moet beschermen tegen schuurslijtage.

Bareboat / Bareboat: Bareboat is bij zeilen wat een vrije val is bij skydiven. In principe betekent het dat je op eigen houtje met een zeilboot vaart. Het is stimulerend, opwindend en veroorzaakt een aanstekelijke vrijheidsroes.

Beam / Breedte: De grootste breedte van een boot.

Berth / Kooi: Een bed aan boord van een boot. Ook wel gebruikt om aan te geven hoeveel mensen op een bepaalde boot kunnen slapen.

Boom / Giek: De grote metalen balk die in een rechte hoek op de mast staat en vastzit aan de onderkant van het zeil. Kan je lelijk raken bij bijvoorbeeld het gijpen. Let er goed op.

Bow / Boeg: De voorzijde van de zeilboot, die (meestal) in de richting wijst waarheen je vaart.

Bridle / Snubberlijn: Een kabelsysteem waarmee de trekkracht van je ankerlijn of -ketting gelijkmatig over twee punten wordt verdeeld. Dit voorkomt dat de ketting of lijn het jacht beschadigt, fungeert als schokdemper en zorgt ervoor dat de ketting minder ratelt. Het voorkomt ook dat je catamaran wegdrijft.

 

C

Cabin / Hut: De slaapkamers op een zeilboot.

Catamaran / Catamaran: Een boot met twee rompen.

Chart / Zeekaart: De kaart waarop je je positie bepaalt en waarmee je je volgende reis uitzet.

 

D

Dinghy / Dinghy : Klein bootje waarmee je van de boot naar de wal en weer terug vaart. Meestal een kleine opblaasboot die aan de zeilboot is vastgemaakt.

Draft / Diepgang: Dit is de minimale waterdiepte die nodig is om je boot te laten drijven.

 

E

Ease off/away: Een zeil of een lijn losser maken of uitlaten .

 

F

Fender / Fender: Het rubberkussen dat aan de zijkant van de boot of een ponton bungelt om schade aan de boot of het ponton te helpen voorkomen

Flemish / Flemish: Een lijn in een platte rol leggen.

Forepeaks / Voorpieken: Het voorste deel van de romp dat, afhankelijk van het ontwerp van het jacht, kan worden gebruikt als slaapruimte of opslagruimte.

Flotilla / Flottielje: Een zeilvakantie met maximaal 12 boten onder begeleiding en ondersteuning van een leidende boot met een schipper, monteur en een gastheer. Dit is het soort vakantie waarin Sunsail is gespecialiseerd. Lees er hier meer over.

 

G

Galley / Kombuis: De keuken van het jacht

Genoa / Genua: Het zeil aan de voorkant van het jacht. Die van ons hebben een grote rode streep aan de buitenkant. Dit zeil wordt gebruikt om de richting van het jacht te regelen en om voor extra snelheid te zorgen.

Gybe / Gijp: Een koerswijziging van 180 graden op de wind. Het achtersteven van het schip draait daarbij door de wind

 

H

Halyard / Val: Bijvoorbeeld de touwen die gebruikt worden om de zeilen op de mast naar boven te trekken

Head / Bordtoilet: Dit is de plaats waar de wc zich bevindt

Helm / Roer: Een helmstok of een stuurwiel om het jacht te besturen, en dat deel van het jacht. 

Hold / Scheepsruim: De binnenkant van de scheepsromp.

Hull / Romp: Dat deel van een boot dat drijft. Het hoofdgedeelte, inclusief onderkant en zijkanten van een jacht.

 

I

Iron Mike / IJzeren Mike: Jargon voor de automatische piloot

 

K

Keel / Kiel: De centrale basisconstructie van de romp.

Knot / Knoop: Dit is zowel de lus waarmee je een touw vastbindt als een snelheidseenheid (gelijk aan één zeemijl per uur)

 

L

Lazyjack / Lazyjack: Een netwerk van touwen dat vanaf een punt op de mast naar punten op de giek loopt om ervoor te zorgen dat het zeil soepel naar beneden komt als het wordt neergelaten

LOA (Length overall): Totale lengte – De maximale lengte van de romp van een jacht, inclusief overhangende uiteinden die over de hoofdboeg en het achtersteven uitsteken

LWL (Length of the waterline): Waterlijnlengte – De lengte van een jacht dat in het water ligt.

 

M

Mainsail / Grootzeil: Het grootste zeil van het jacht. Het vangt veel wind en genereert tijdens het zeilen het overgrote deel van de snelheid van het jacht.

Marine radio / Marifoon: VHF-radiotelefoon voor communicatie tussen schepen onderling en tussen vaartuigen en kuststations.

Mast / Mast: De ronde metalen paal die vanaf de bodem van het jacht omhoog steekt. De zeilen worden met behulp van een ingewikkelde reeks valbewegingen omhoog gehesen.

Med mooring / Med aanleggen: De kunst om een jacht achteruit in te steken in een kleine ruimte om aan de kade aan te leggen. Zo wordt in de meeste mediterrane havens aangemeerd. Het vergt oefening.

Monohull / Monohull: Een boot met één romp. Het klassieke zeiljacht

Moor / Aanleggen: De tweede manier van ‘parkeren’. Je legt aan bij een boei die stevig op de bodem verankerd is, zodat je jacht niet wegdrijft.

 

N

Nautical mile / Nautische mijl: Een afstandsmaat op het water, het is 1.852 meter.

Navigation / Navigatie: De kunst om uit te vinden waar je bent of te plannen waar je naartoe gaat.

 

O

Ocean / Oceaan: Een zeer grote watermassa

 

P

Port / Bakboord: De linkerkant van de boot als je naar de boeg van de boot kijkt.

Prow / Voorsteven: Een andere benaming voor de boeg.

 

Q

Quay / Kaai of kade: Een stenen of metalen platform dat langszij ligt of in het water uitsteekt waar je jachten en schepen kunt aanleggen en laden en lossen.

 

R

Reef / Reven: De meest gebruikelijke en geprefereerde manier om zeiloppervlak te verminderen, vooral bij hogere winden en woelige zee.

Rip rap / Steenbestorting: Een gestorte stapel stenen en puin. Wordt gebruikt om een golfbreker te vormen, vaak rond een off-shore vuurtoren of een kwetsbare haven.

 

S

Sails / Zeilen: Het belangrijkste stuurmechanisme van het zeiljacht, een milieuvriendelijke motor die windenergie omzet in bootsnelheid door het vangen van de wind. Zeilers hebben het er altijd over dat ze de zeilen moeten trimmen om zo efficiënt mogelijk te zijn.

Saloon / Kajuit: De ruimte waar je op een schip bij elkaar komt. Meestal beneden.

Skipper / Schipper: De kapitein van je zeiljacht.

Starboard / Stuurboord: De rechterkant van het jacht als je naar de boeg van de boot kijkt. Het tegengestelde van bakboord.

Stern / Achtersteven: De achterkant van het jacht.

 

T

Tacking / Laveren: Zigzaggend bewegen om tegen de wind in te varen, en voor sommige zeiljachten ook als ze de wind in de rug hebben.

Trampoline / Trampoline of trampolinekleed: Dit is het net aan de voorkant van de catamaran waar je op kunt liggen om te zonnebaden.

Trim / Trimmen: De zeilen zo bijstellen dat ze de grootste efficiëntie hebben. Verwijst ook naar de positie van de romp ten opzichte van de waterlijn.

True wind direction / Ware windrichting: De richting waaruit de wind echt komt.

 

W

Water / Water: Dit is uiteraard het water waarop je zeilt.

Waterline / Waterlijn: De grenslijn van waar het schip onder en boven het water ligt.

Winch / Lier: Een draaiende, horizontale trommel die door een elektromotor of handmatig wordt aangedreven.

Winch handle / Lierzwengel: De greep die wordt gebruikt om een lier aan te zwengelen.

 

Y

Yacht / Jacht: Boot, schip, zeilboot, het voorwerp van hout, aluminium, glasvezel of koolstofvezel dat grotendeels wordt aangedreven door de wind die in de zeilen wordt gevangen.

 Als je wat aan dit artikel hebt gehad en je meer over zeilen wilt leren, kom dan eens kijken bij onze zeilscholen in het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten.

  Terug naar Meezeilen

  Terug naar onze blogpage

Kies Sunsail

20+
Prachtige bestemmingen
14
Flottielje-
routes
48
Jacht-
modellen
44
Jaar ervaring
4-
Uursgarantie